Marion Wagener-Driessen

“IK BEN WEER DE JUF DIE IK WIL ZIJN: VOOR MEZELF, VOOR MIJN COLLEGA’S EN VOOR DE KINDEREN”

 

SCROLL OMLAAG

Het begon met stevige hoofdpijnen. Midden in een veranderingstraject van Onderwijs Anders Organiseren, midden in een reorganisatie op de school in Wijnandsrade waar ze alweer 33 jaar werkte. Het gevoel van ‘te veel hooi op mijn vork’ en ‘ik kan voor de kinderen niet meer de juf zijn die ik wil zijn’ werd dusdanig heftig, dat Marion Wagener-Driessen, van de ene op de andere dag ziek thuis zat en niks meer kon, wilde en durfde. Noem het een dip, een inzinking of een burn-out, feit is dat Marion door een diep dal ging. Maar ze kwam er ook weer uit. Twee jaar later vertelt ‘Marion 2.0’ openhartig haar verhaal.

lange carrière

In 2018 staat Marion 38 jaar voor de klas. Fulltime, zo benadrukt ze. Voor het eerst in haar carrière werkt ze in Heerlen, in – zoals ze het voorzichtig formuleert – een ‘wijk met een verhaal’. Voor het eerst heeft ze een groep vier onder haar hoede. Elke dag leert ze van haar jonge collega’s die wél heel duidelijk hun grenzen aangeven. Speciaal voor hen houdt ze haar snoepjespot goed gevuld. Het warme bad waarin ze uiteindelijk terechtkwam, heeft haar net dat laatste zetje gegeven dat ze nodig had voor een nieuwe start. Het traject van ‘oud, ziek en afgeschreven’ naar opnieuw zelfverzekerd en enthousiast voor de klas staan, was lang, pittig en bij vlagen behoorlijk eenzaam. Alle hulp en liefde – “Waar ik heel dankbaar voor ben” – ten spijt.

vast

Achteraf praten is natuurlijk gemakkelijk, maar er waren al wel eerder signalen. Maar ze heeft ze toen niet gezien, niet erkend. Ze zat daar toch goed? Op de school waar ze notabene zelf als kind had rondgelopen, waar ze nu de kinderen van haar vroegere leerlingen in de klas had en waar iedereen elkaar kende? Dit was toch wat ze wilde? Nooit, maar dan ook nooit had ze gedacht dat de door haar zo zorgvuldig opgebouwde routines, kaders en stramienen haar uiteindelijk juist de das om zouden doen. Of dat ze ‘haar nest’, ‘haar basis’ ooit zou verlaten, laat staan noodgedwongen, simpelweg omdat het ‘op’ was.

hulp en vertrouwen

Van de een op de andere dag zat ze dus ziek thuis. Niet alleen met hoofdpijn, maar ook met hartzeer. Bovendien schaamde zich dood dat haar dit overkwam. Marion: “Ruim een jaar heb ik nodig gehad voor mijn herstel en de re-integratie. Je gaat je zo zielig voelen. Ik ben zo goed en kwaad als het kon blijven werken, ben cursussen blijven doen en ik heb een intensief coachingstraject gevolgd. Daar ben ik INNOVO enorm dankbaar voor, dat ze kennelijk zoveel vertrouwen in mij hadden dat ze in mij wilden investeren.” De beroepskeuzetest, onderdeel van het hele coachingstraject, maakte al snel duidelijk dat Marion een echte juf was: “Dit is echt wat ik moet doen.’ De optie ‘overige carrièreperspectieven’ kon gelukkig worden doorgestreept. Terug naar Wijnandsrade wilde Marion absoluut niet. Dat hoofdstuk is afgesloten.

fulltimebaan

“Rustig beginnen was het devies. Niet gemakkelijk voor mij. ‘Nee’ hoorde je mij niet snel zeggen, dat is iets dat ik echt heb moeten leren.” Het uiteindelijke doel was: een fulltimebaan op een andere school binnen INNOVO. Dat fulltime-aspect bleek nog wel een dingetje: een dag hier, twee dagen daar, vervangen… ze heeft het allemaal gedaan, maar fulltimebanen lagen niet voor het oprapen. “Doodvermoeiend, maar ik merkte dat ik overal wel iets kon bijdragen.”

“Achteraf praten is natuurlijk gemakkelijk, maar er waren al wel eerder signalen.”

etiketjes te over

Het zoeken naar een nieuwe baan op een andere school leverde een paar zeer frustrerende ervaringen op: “Ik ken heel veel collega’s binnen INNOVO, heb altijd veel cursussen en bijscholingen gevolgd en dan tref je veel collega’s. Maar bij de directeuren was ik onbekend en zij voeren de sollicitatiegesprekken. Oud, ziek en onbekend, die combinatie is niet bepaald een aanbeveling als je gaat solliciteren. Al die jaren op dezelfde plek bleek ook een groot nadeel. Dus daar kwam ook nog een etiketje van ‘weinig flexibel’ bij. Ik herinner me een sollicitatiegesprek waar ik alleen maar heb zitten huilen. Maar de directeur in kwestie kende mij, wist wat ik kon en durfde gelukkig door die etiketjes en huilbuien heen te kijken. Hij had vertrouwen in mij en wilde me juist hebben vanwege mijn ervaring met werken in units. Hoe gek kan het lopen?

kans

Hoewel hier en daar vervangen haar ook heel veel heeft geleerd, wilde Marion toch graag een nieuwe vaste plek. En of het zo moest zijn: toen belde Susanne, directrice van De Wegwijzer, die Marion nog kende uit hun gezamenlijke tijd in Wijnandsrade: “Jeetje Marion, hoe kan dit? Wat is er met je gebeurd? Kom eens praten.” En al snel na dat eerste gesprek: “We hebben een vacature, kom eens een dag proefdraaien.” Op een snikhete dag in mei 2017 maakte Marion haar debuut op De Wegwijzer. In Heerlen, in ‘een wijk met een verhaal’ én in groep vier. “Ik vond het doodeng, aan het einde van de dag kon je me uitwringen.”

“Al haar vooroordelen over Heerlen en ‘wijken met een verhaal’ zijn als sneeuw voor de zon verdwenen: “Kinderen zijn kinderen, ongeacht stad, dorp of wijk!””

heerlen

Vanuit een diep dal begon die dag de weg omhoog, de weg terug naar een – inmiddels fulltimebaan, naar zelfvertrouwen, naar weer plezier in het werk. Het was – en is soms nog steeds – hard werken. Voor niks gaat de zon op, dat is wel duidelijk. Maar Marion anno 2018 is tevens ‘Marion 2.0’: de verbeterde versie van zichzelf. Al haar vooroordelen over Heerlen en ‘wijken met een verhaal’ zijn als sneeuw voor de zon verdwenen: “Kinderen zijn kinderen, ongeacht stad, dorp of wijk!”

mijn verhaal

Haar collega’s van De Wegwijzer hebben haar verwelkomd en opgenomen voor wie ze is. Vandaar ook die snoepjespot. Ze kennen haar verhaal niet. Dus spannend is het wel, jezelf zo blootgeven. “Ik moet mijn verhaal vertellen. Niet omdat het mijn verhaal is, maar omdat ik hoop dat het niet jouw verhaal wordt. Je kunt voorkomen dat het uit de hand loopt. Hoe lekker zo’n comfortzone ook is – ik weet er alles van – blijf je zelf uitdagen en vernieuwen en kijk ook eens verder dan je neus lang is. Je kunt je collega’s helpen door goed op elkaar te letten en goed voor elkaar te zorgen.”

tips van Marion: blijf flexibel

1. Ontwikkel je zelf, volg cursussen
2. Kies regelmatig voor een andere groep
3. Wissel van school
4. Bewaak je grenzen, zeg ook eens ‘nee’
5. Maak alles bespreekbaar
6. Grijp alle hulp met beide handen aan
7. Let op je collega’s
8. Trek op tijd aan de bel